RSS feed

1. Inleiding

In dit onderzoek wil ik gaan ontdekken hoe je leerlingen uit 4 havo en 4 vwo kunt stimuleren om associatief en procesmatig te werken bij beeldende vorming. In deze inleiding zal ik ingaan op wat ik versta onder associatief en procesmatig werken. Ik zal ook toelichten waarom ik voor dit onderwerp heb gekozen en de focus van mijn onderzoek aan de hand van een probleemstelling benoemen.

Associatief en procesmatig werken

Om te beschrijven wat ik onder associatief werken versta wil ik eerst naar het begrip associatie kijken. Onder associatie versta ik het in gedachten verbinden van verschillende dingen met elkaar. Je ziet iets en moet daarbij meteen aan iets anders denken. Een hart verbind je met het thema liefde, de Eiffeltoren verbind je met de stad Parijs. Deze voorbeelden zijn beide erg  voor de hand liggend, heel letterlijk noem ik het ook wel. Ik wil leerlingen stimuleren om geen letterlijke beelden te maken die in één oogopslag laten zien waar het werk over gaat. Ik wil dat leerlingen in hun beeldend werk ruimte over te laten voor de eigen associatie van de toeschouwer. De toeschouwer moet zelf na ga denken over wat hij ziet, “dit doet met denken aan…”, “dit geeft me het gevoel dat…”. Onder associatief werken versta ik het creëren van beelden waarbij de inhoud van het werk niet meteen zichtbaar is. De toeschouwer moet nadenken over de betekenis van het werk. Onder procesmatig werken versta ik werken waarbij een ontwikkeling wordt doorgemaakt. Ik wil dat leerlingen niet hun eerste idee uitwerken maar gaan experimenteren en onderzoeken om tot de, voor hun, juiste oplossing te komen.

Stage

Tijdens mijn stage viel het mij op dat leerlingen vaak hele letterlijke, cliché beelden maken. Ook lijken sommige leerlingen het moeilijk te vinden om een proces te doorlopen. Ze blijven vaak hangen bij hun eerste idee en willen daar hun eindwerk van maken. Ze onderzoeken niet verder naar andere mogelijkheden om tot een oplossing te komen. Naar aanleiding van deze stage-ervaringen lijkt het mij interessant om een lessenserie te ontwikkelen om leerlingen te inspireren en motiveren om van hun letterlijkheid af te stappen. Bij ons op de academie en in de hedendaagse kunstgeschiedenis zijn talloze voorbeelden van werken waar een diepere betekenis in zit en waarbij je op het eerste gezicht niet letterlijk ziet waar een werk over gaat. Het werk kan een gevoel met zich meedragen of iets anders. Als kijker blijf je vaak langer bij dit werk hangen omdat je wilt weten waar het over gaat.

Onderzoek

In mijn eigen beeldend werk kan ik soms ook in letterlijke oplossingen blijven hangen en dat maakt dit onderzoek ook interessant voor mij. Ik wil iets van de leerlingen vragen waar ik zelf ook moeite mee heb. De volgende vraag staat centraal in mijn onderzoek:

Hoe kun je leerlingen van 4 havo en 4 vwo bij beeldende vorming stimuleren om associatief en procesmatig te werken?

Aan de hand van observaties, bronnen en voorbeelden van praktijkopdrachten van beeldende vorming zal ik middels deelvragen onderzoeken hoe ik leerlingen kan stimuleren om associatief en procesmatig te werken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: