RSS feed

8. Bijlage

Hoe doorlopen leerlingen van havo 4 van het Rodenborch-College een beeldend proces bij een praktijkopdracht van kunst beeldende vorming?

Tijdens mijn stage heb ik het proces van enkele leerlingen geobserveerd om te kijken hoe deze leerlingen vanuit hun eerste idee tot een eindbeeld komen. Welke problemen komen zij tegen? Hoe lossen zij deze problemen op? Welke rol vervult een docent in hun proces? De leerlingen die ik heb geobserveerd zitten in havo 4. Ik heb hun één periode zelf les gegeven en een andere periode heeft Giny, mijn stagementor, hun les gegeven. De opdracht die ik zelf aan de leerlingen heb gegeven is de opdracht Hoe zit dat nu? en de opdracht die Giny op dit moment geeft en waarbij ik de leerlingen actief heb geobserveerd is de opdracht Monument.

Monument

De leerlingen van havo 4 zijn op dit moment bezig met een opdracht die moNUment heet. De leerlingen moeten een monument boetseren van klei voor een belangrijke gebeurtenis of persoon. De eerste les hebben de leerlingen een aantal voorbeelden van eindwerken van vorige jaren gezien en voorbeelden van beelden uit de kunstgeschiedenis. De lessen daarna hebben de leerlingen tijd gehad om ideeën voor hun eigen monument op papier te zetten in woord en beeld. De meeste leerlingen vinden het heel lastig om een idee te bedenken. Veel ideeën die zij op papier zetten zijn heel letterlijk: ze tekenen een neergestort vliegtuig voor een vliegtuigramp of een hart voor hartziektes. Als voorbeeld hebben de leerlingen een beeld gezien van twee ijsberen die op een klein stukje ijs staan. Dit monument verbeeldt de opwarming van de aarde. In dit werk zit een doordenkertje, het werk gaat niet over ijsberen maar over de opwarming van de aarde die wordt verbeeld met ijsberen die maar een klein stukje ijs hebben om op te leven omdat de rest is gesmolten vanwege de toename van de temperatuur. Een aantal leerlingen vinden het moeilijk om een gelijk doordenkertje in hun werk te creëren. Het maakt niet uit als de eerste ideeën vrij letterlijk zijn maar de leerlingen hebben nu al enkele lessen gewerkt en ik zie nog niet bij iedereen veel vooruitgang . Giny gaf een jongen die een aardbol met druppels had getekend als tip om een pinguïn met een zonnebril te schetsen. Door een voorbeeld als dit wordt de jongen misschien zelf geïnspireerd voor een ander idee.

Hoe zit dat nu?

Een andere opdracht waarbij ik gemerkt heb dat leerlingen het moeilijk vinden om over letterlijkheid heen te stappen is de opdracht Hoe zit dat nu? Deze opdracht is een bestaande opdracht van mijn stageschool maar die heb ik de leerlingen in de tweede periode gegeven. De leerlingen moesten een prototype voor een stoel maken. Dit mocht geen traditionele stoel zijn maar een bijzondere stoel voor een bepaalde doelgroep. Aan de stoel moet je kunnen zien voor welke doelgroep de stoel is gemaakt. De leerlingen waren vrij in de keuze voor het materiaal.

Aan het begin van deze opdracht, tijdens de schetsfase, waren er veel leerlingen die bijvoorbeeld een appel namen en daar iemand op lieten zitten, of een piano, of een boek, een fototoestel, etc. Ik heb de leerlingen een aantal keer aan moeten sporen om een stoel te maken geïnspireerd op een fototoestel maar niet gewoon maar een fototoestel waar je op kunt zitten. Ik heb de leerlingen voorbeelden van vorige jaren laten zien en ik had enkele stoelen op het internet opgezocht. Veel leerlingen hebben in dit project de stap gemaakt om zich te laten inspireren door bijvoorbeeld een slang of een bloem maar de slang en de bloem zijn vervormd om er op die manier een stoel van te maken. Dat is iets anders dan een bloem waar je zo op kunt zitten. Ik heb twee processen van leerlingen van deze opdracht in mijn observaties staan.

Britt

Ik heb de twee schetspagina’s van de opdracht Hoe zit dat nu? uit de dummy van Britt gefotografeerd. Zoals je ziet zijn er hier veel voorwerpen geschetst waar verder niets mee is gebeurd. Ik vroeg Britt bij deze schetsen waar je moet zitten. Waar zit je bijvoorbeeld bij het fototoestel? Of bij de schoen? Of bij de molen? Je zit bovenop het fototoestel, op het gedeelte van de tenen bij de schoen en ergens middenin bij de molen. Ik gaf Britt aan dat zij rekening moest houden met de verhoudingen van het menselijk lichaam en bij de schoenenstoel heb je dan een relatief kort zitvlak en weinig beenruimte tegenover een gigantisch rugvlak. Ook bij de molen en de camera kloppen de verhoudingen niet. Ik heb Britt daarom het advies gegeven om met deze voorwerpen te gaan spelen en ze te vervormen zodat de verhoudingen wel zouden kloppen. Je hoeft niet letterlijk een fototoestel te maken voor in een winkel waar ze fotocamera’s verkopen. Je moet je laten inspireren door een fotocamera. Leg het fototoestel plat, dan ontstaat er een soort van bankje, gebruik de lens bijvoorbeeld als rugleuning, etc. In haar proefjes heeft Britt hiermee geëxperimenteerd en de molenstoel werd uiteindelijk een soort kinderbankje waarbij je op de wieken kon zitten en deze konden ook nog draaien. Op deze manier heeft Britt haar proces bij deze opdracht doorlopen en is ze van haar eerste letterlijke ideeën afgestapt.

Bij de opdracht monument doorliep Britt eenzelfde proces. Hieronder zie je de eerste schetspagina van deze opdracht. Britt tekende de twintowers met een vliegtuig er doorheen om de ramp van 11-09 te verbeelden. Dit is een hele letterlijke verbeelding van de verschrikkelijke ramp die toen is gebeurd en ik weet niet of de nabestaanden van deze ramp een monument als dit zouden waarderen. Vervolgens tekende Britt een monument voor de Clini Clowns, een ziekenhuisbed met daarop het logo van de Clini Clowns. Ook nog vrij letterlijk. Giny, mijn stagementor, vroeg Britt naar de rede waarom zij een monument wilde maken voor de gebeurtenissen die zij had opgeschreven. Daaruit bleek dat Britt het liefst een monument zou maken ter nagedachtenis aan alle dieren die dagelijks moeten sterven voor het vlees. Giny gaf aan dat Britt dit zou kunnen verbeelden. Maar hoe? Wat gebeurt er met de dieren? Zij worden geslacht voor het vlees en dat eten wij mensen vervolgens op. Hoe zou je dit proces van slachten en het bereiden van vlees kunnen verbeelden? Britt kwam toen zelf op het idee om een echt varken tussen een broodje te stoppen. Op die manier ziet het er zowel komisch als walgelijk uit. Wij eten een stukje varken op maar wanneer het bij ons op ons bord ligt ziet het er niet meer uit als een varken. Britt kiest ervoor om het er nog wel uit te laten zien als een varken ter nagedachtenis aan alle varkens en andere dieren die moeten sterven. Op deze manier zit er in het werk van Britt ook een doordenkertje. Zij heeft hiermee een grote stap in haar proces gemaakt en is niet blijven hangen bij haar eerste ideeën. Zij snapt nu zelf ook goed waarom dit idee zich van de andere ideeën onderscheid en gaat dit beeld, van het broodje en het varken, uitwerken in klei.

 

 

Marc

Ook bij Marc zie je bij de opdracht Hoe zit dat nu? stappen in zijn proces. Op de afbeelding hiernaast zie je een pagina uit zijn dummy. De eerste schetsen zijn ook weer vrij letterlijk: een computerstoel, een computer met een stoel eronder, een stoel voor in een autozaak, de helft van een auto waarbij je op de motorkap zit, een petstoel waarbij je in of op de pet zit. Maar na deze eerste letterlijke schetsen is Marc ook geïnspireerd door mijn adviezen en bronnen en koos hij ervoor om een stoel van banden te maken voor in een autozaak. Niet letterlijk het ontwerp van een auto maar onderdelen van een auto vormen uiteindelijk zijn eindwerk voor in een autozaak.

Bij de opdracht monument doorloopt ook Marc eenzelfde proces. Hij wilde een monument maken voor de opwarming van de aarde en schetste daarom een wereldbol met daarop druppels van smeltend ijs. Giny gaf Marc het idee om bijvoorbeeld een Pinguïn te schetsen met een zonnebril op. Een bewoner van de Noordpool die een bril opzet tegen de felle, warme zon omdat de aarde opwarmt en de temperatuur geleidelijk aan gemiddeld steeds hoger wordt. Op die manier verbeeld je niet letterlijk een aarde die opwarmt maar de pinguïn met zonnebril staat symbool voor de opwarming van de aarde. Marc is na deze schets nog iets verder doorgegaan op het idee en heeft er een schets bijgetekend waarbij de pinguïn op een strandstoel ligt te zonnen met een cocktail naast hem. Ik ben wel benieuwd of Marc zelf op een ander soortgelijk idee als dit zal komen of dat hij verder zal gaan met dit idee. Dit idee is hem eigenlijk ingefluisterd door Giny en dus niet helemaal van hemzelf, dat vind ik dan weer jammer. Ik kan dat soms ook lastig vinden aan het begeleiden van leerlingen. Je wilt leerlingen begeleiden in hun proces en adviseren maar hen niet een idee voorschotelen dat zij uit moeten voeren. Vaak kiezen leerlingen toch voor het idee dat een docent aan hun geeft heb ik gemerkt, de docent geeft uiteindelijk het cijfer en leerlingen gaan liever voor een goed cijfer dan dat ze hun eigen ding doorzetten. Dit wil ik voorkomen en dat wil ik proberen in mijn lessenserie te betrekken.

 

Ruben

De schetsen op deze pagina zijn van Ruben. Hij heeft deze schetsen gemaakt voor de opdracht monument. Op de eerste schets, rechts, zie je een monument voor slachtoffers van een tornado en op de tweede schets, rechtsonder, zie je een monument voor milieubescherming om het kappen van bomen tegen te gaan. Behalve dat deze schetsen weer vrij letterlijk zijn, zijn ze ook heel moeilijk uit te voeren in klei. De leerlingen hebben een opdracht om een monument te maken en daarbij is het niet gemakkelijk om een complete boom met dieren en een man die de boom zaagt te maken. Het idee dat Ruben heeft is goed en sterk maar ook op een andere manier uit te voeren. Moet de man met de zaag bij de boom worden getekend? Kan er niet alleen een stuk afgekapte boom worden getekend met één dier erbij? Deze tips kreeg Ruben zowel van Giny als van mij. Op deze manier bedenk je ook wel een plan voor een leerling maar vanuit zijn eigen ideeën. Dat vind ik iets anders dan wanneer je een compleet nieuw idee aan een leerling geeft. Ruben begreep wat Giny en ik bedoelden en zijn volgende schets is dan ook veel beter en gemakkelijker uit te voeren.

Angela

Angela heeft twee schetsen van monumenten die voor haarzelf belangrijk zijn. Angela heeft iemand uit haar familie verloren aan borstkanker en zou daarom graag een monument voor pink ribbon willen maken. Ze betrekt daarom vrouwelijke lichaamsdelen en het roze lintje van pink ribbon in haar ontwerpen om zo duidelijk te maken waar haar monument over gaat. Sommige schetsen stralen de kwetsbaarheid van vrouwen met borstkanker uit zoals de schets van het portret en de schets van de torso en het lintje als een soort miss stralen voor mij kracht uit. Kracht die vrouwen met borstkanker nodig hebben om de ziekte te overwinnen. Ik vind dit daarom een sterk beeld en vind het interessant om te zien hoe Angela zelf op verschillende oplossingen is gekomen. Dit meisje is vrij zelfstandig en kan zonder individuele begeleiding ook stappen maken in haar proces. Een ander monument van haar heeft zij ook geschetst vanwege persoonlijke ervaringen. Ze heeft een monument geschetst voor de stichting smile, een stichting die mensen helpt nadat ze een maagverkleining hebben gehad. Angela heeft zelf ook een maagverkleining gehad en is bij de stichting smile geweest en daarom verteld het monument eigenlijk ook iets over haarzelf. Ik vind het boeiend om te zien hoe leerlingen op deze manier onbewust iets van zichzelf in een monument kunnen stoppen.

Matthieu

Ook Matthieu gebruikt een persoonlijke gebeurtenis als inspiratie voor zijn monument. Een paar maanden geleden is de vader van Matthieu overleden. Een erg ingrijpende gebeurtenis en Matthieu besloot een monument ter nagedachtenis aan zijn vader maken. Zijn eerste schetsen gingen ook over de opwarming van de aarde en over de prestaties van het Nederlands elftal op het WK en daarna besloot Matthieu zelf om een schets te maken ter nagedachtenis aan zijn vader. Hij heeft een pilaar, een voetstuk getekend met daarop een hand. Een hand die zijn vader naar hem reikt om aan te geven dat hij altijd bij zijn vader terecht kan en dat zijn vader altijd bij hem zal zijn ook al is hij er nu niet meer. Een mooie manier van het verbeelden van een verdrietige gebeurtenis.

Conclusie

Uit deze observaties kan ik concluderen dat leerlingen leren tijdens een proces. Britt, Marc en Ruben maakten eerste vrij letterlijke schetsen en zijn daarna meer gaan associëren. Giny heeft de leerlingen best lang de tijd gegeven om schetsen te maken maar je ziet dan ook dat leerlingen zich gaan ontwikkelen. Vergelijkbaar met mijn eigen beeldend proces. Bij Marc is het wel jammer dat er nu een idee op papier staat dat niet uit hem zelf komt. Het blijft voor mij daarom wel moeilijk hoe je leerlingen moet sturen als docent. Een jongen als Marc doet precies wat de docent voorstelt maar dat is natuurlijk niet wat we willen als docent, dat een leerling precies maakt wat jij zegt. Ik wil als docent dat leerlingen hun eigen oplossingen vinden en hun eigen creatieve proces ontwikkelen.

Doordat leerlingen schetsen van elkaar zien worden zij denk ik aan het nadenken gezet over hun eigen proces en daardoor gaan zij zelf ook stappen maken. Dat is bij Britt, Ruben, Angela en Matthieu goed te zien. Ook bij andere leerlingen die ik niet heb geobserveerd zie je dat zij nu beter in de opdracht komen en gemakkelijker tot oplossingen komen. Ditzelfde zag ik ook bij de stoelenopdracht. Wanneer enkele leerlingen uit de klas een stap hebben gemaakt gaat de rest dat ook doen. Daarom vind ik het belangrijk om altijd veel inspiratiebronnen aan leerlingen te laten zien zodat zij op die manier zelf ideeën kunnen ontwikkelen, zodat zij geïnspireerd worden voor hun eigen proces.

Ik heb deze leerlingen vooral de eerste weken intensief geobserveerd, na de schetsfase moest ik zelf weer naar school. Toen ik enkele weken later weer in de klas kwam viel het mij op dat de werken in klei precies overeenkomen met de schetsen van de leerlingen. Hoe kan het dat de leerlingen van de schetsfase tot aan hun werken in klei bijna niets meer veranderd hebben? Hebben zij geen nieuwe ontdekkingen gedaan bij het maken van proefjes in klei? Ik denk dat het belangrijk is dat je tijdens een proces regelmatig reflecteert op het werk van de leerlingen zodat zij daarna zelf weer verder kunnen met hun proces en zichzelf nog meer kunnen ontwikkelen. Ook lijkt het mij belangrijk om op te schrijven wat je van de leerlingen verwacht zodat zij zelf kunnen kijken in hoeverre hun werk hieraan voldoet en zodat de leerlingen ook zelf stappen kunnen zetten zonder de feedback van een docent (wanneer die even met iets anders bezig is bijvoorbeeld).

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: