RSS Feed

6. Pilot

Ik ben benieuwd of ik met mijn introductieopdrachten leerlingen inderdaad kan aansporen om te gaan associëren en hun uit hun vertrouwde denkpatroon te laten stappen. Daarom ga ik een pilot doen met enkele jongeren van zestien en zeventien jaar. Ik wil hun de eerste drie introductieopdrachten van de lessenserie laten doen, associëren met woorden, associëren naar aanleiding van muziek en associëren naar aanleiding van voorwerpen. Ik wil leerlingen vrijer leren werken en hun daarom deze opdrachten geven die hun vrijheid bevorderen.

1)      Associëren naar aanleiding van woorden

Ik wil kijken hoe goed de leerlingen kunnen divergent denken en hun daarom vragen om op te schrijven wat zij allemaal met een potlood kunnen. Hier krijgen de leerlingen twee minuten de tijd voor.

Hypothese

Ik verwacht dat de leerlingen geen moeite zullen hebben met deze opdracht en dat er een behoorlijk aantal oplossingen opgeschreven zullen worden. Wanneer ik tijdens de pilot merk dat leerlingen er inderdaad niet veel moeite mee hebben wil ik hun daarna vragen om zo veel mogelijk woorden op te schrijven die met het thema herinneringen te maken hebben. Ik ben benieuwd of de leerlingen dan ook nog veel oplossingen zullen bedenken en ik ben benieuwd in hoeverre de ‘potloodopdracht’ daaraan bijgedragen heeft.

Uitwerking

Ik vertelde de ‘potloodopdracht’ aan de leerlingen en zij begrepen direct wat de bedoeling was. Toch koste het hun best veel moeite om oplossingen te bedenken en er werden best veel voor de hand liggende oplossingen opgeschreven, zoals krabben, prikken, schrijven, tekenen, etc. Ik was benieuwd wat de leerlingen zouden doen als ik hun zou vragen om zo veel mogelijk dingen met het thema herinneringen op te schrijven en daarom besloot ik om dat gewoon te doen. Ik had verwacht dat de leerlingen hier meer moeite mee zouden hebben maar het tegendeel was waar. Alle zes leerlingen hadden nu meer woorden opgeschreven dan bij de potloodopdracht. Hun verklaring hiervoor was dat ze aan heel veel dingen een herinnering hebben. Er werden namen van personen opgeschreven, bijzondere dagen, voorwerpen waar de leerlingen een herinnering aan hadden, etc. Een verrassende uitkomst maar ik ben wel blij dat de leerlingen deze opdracht zo goed oppakten. Als dat in de klas ook zo zou gaan hebben de leerlingen veel input om mee aan de slag te gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

2)      Associëren naar aanleiding van muziek

Ik wil leerlingen uit hun vertrouwde denkpatroon laten stappen doordat zij moeten tekenen en schilderen naar aanleiding van muziek, iets wat zij horen, niet naar aanleiding van iets wat zij zien. Ik wil de leerlingen vertellen dat zij kunnen bedenken welk gevoel zij bij de muziek krijgen en aan de hand daarvan gaan schilderen of tekenen. Welke vorm hoort bij dat gevoel? En welke kleur?

De nummers die ik zal laten horen zijn de volgende:

http://www.youtube.com/watch?v=94HYEe1bOFU

http://www.youtube.com/watch?v=Nl4opbNt8_E

http://www.youtube.com/watch?v=LXXD5QH7Pkk

http://www.youtube.com/watch?v=7LCwWrS–Ec

http://www.youtube.com/watch?v=eb8PDTCBTik&feature=related

Ik heb voor deze nummers gekozen omdat ze heel gevarieerd en duidelijk zijn naar mijn idee. Een nummer is heel vrolijk en het andere erg verdrietig. Met de gevarieerdheid in muziek kunnen leerlingen ook variëren in hun werkwijze.

Hypothese

Ik verwacht dat de leerlingen de opdracht best goed op zullen pakken omdat ik vrij duidelijke muziekfragmenten uitgekozen heb. Ik heb een heel vrolijk nummer en ik verwacht dat de leerlingen daarbij ook gebruik zullen maken van ronde vormen en vrolijke kleuren, kleine en grote vormen door elkaar. Ik heb ook een verdrietig liedje en daarbij verwacht ik dat de leerling meer met blauwe of grijze tinten zullen werken. Wanneer ik merk dat leerlingen het moeilijk vinden wil ik hun enkele voorbeelden laten zien die ik ook bij de introductieopdrachten van mijn lessenserie heb staan. Maar in eerste instantie wil ik de leerlingen zelf een oplossing laten zoeken omdat de opdracht voor iedereen anders kan zijn natuurlijk. Maar stel dat de leerlingen alleen maar in lijnen schetsen zou ik ze een voorbeeld kunnen laten zien van een werk waarin ook met vlakken wordt gewerkt. Ik ben benieuwd.

Uitwerking

Nadat ik de opdracht aan de leerlingen had uitgelegd kreeg ik de vraag: ‘Moeten we iets maken wat iets voorstelt of hoeft het niets voor te stellen?’ Ik wilde de leerlingen eerst echt vanuit zichzelf een oplossing laten zoeken dus daarom zei ik dat ze dit zelf mochten beslissen. Bij het eerste muziekfragment kozen alle leerlingen ervoor om een figuratief werk te maken. In het fragment hoorde je een piano en daarom schilderde een iemand een piano. Een meisje moest bij de muziek aan een herfstachtige dag denken en schilderde daarom een herfstboom die zijn blaadjes verliest met een bankje erbij. Ik vroeg de leerlingen waarom zij hun werk zo hadden gemaakt en dat konden ze allemaal goed verklaren. Het was dus niet zo dat de leerlingen zomaar iets deden maar wat ze deden was wel erg letterlijk, voor de hand liggend, niet erg vrijdenkend. Bij het volgende muziekfragment vroeg ik de leerlingen daarom om geen figuratief werk te maken maar om te bedenken welke vormen en kleuren zij bij de muziek vonden passen. Dit ging beter. De leerlingen kozen bij sombere muziek overwegend donkere kleuren of blauwe tinten en bij vrolijke muziek gele en rode kleuren en ronde vormen. Ik vroeg de leerlingen na ieder fragment naar elkaars werk te kijken en te beschrijven waarom zij hun werk op deze manier op hadden gebouwd. Je kon duidelijk zien dat de leerlingen tijdens het schilderen al naar elkaars werk keken want soms hadden werken wel iets weg van elkaar. Dat vond ik ook wel begrijpelijk omdat sommige meiden het toch een beetje spannend en nieuw vonden.

Bij de eerste drie fragmenten werden werken veelal op eenzelfde manier opgebouwd. De werken bestonden of uit allerlei strepen en lijnen, of uit dezelfde soort vlakken. Ook werd er overwegend met dekkende verf gewerkt en de leerlingen kozen altijd voor één medium per werk; krijt, stift, verf of potlood. Na enkele rondes heb ik de leerlingen verteld dat zij kunnen afwisselen met het gebruiken van verf, de ene keer dekkend, de andere keer transparant. Ik had enkele dingen voorgedaan en de leerlingen waren het met mij eens dat transparante verf bijvoorbeeld goed werkt om verdrietige of sombere emoties weer te geven.

Ook vertelde ik de leerlingen dat zij in hun werk zowel met vlakken als lijnen allebei konden werken, er mag afwisseling in vormen zitten en in het formaat van vormen. De leerlingen vertelde mij dat het nieuw was voor hun om op muziek te schilderen en om vrij te schilderen,en daarom vonden zij het soms best lastig. Ik vertelde de leerlingen dat ik vond dat zij het hartstikke goed deden en ik vond het een interessante, geslaagde opdracht. Dat komt omdat ik merkte dat leerlingen steeds vrijer begonnen te werken en de meeste van hun vonden het leuk om te doen. Ik denk dat wanneer ik deze opdracht nog verder uit zou breiden dat er nog interessantere werken kunnen ontstaan. Samen met de leerlingen kun je steeds een stapje verder gaan.

3)      Associëren naar aanleiding van voorwerpen

Tot slot wil ik leerlingen laten blind tekenen naar aanleiding van voorwerpen. Ook dit is weer een oefening om leerlingen vrijer te maken en hun uit hun denkpatroon te laten stappen. De leerlingen mogen namelijk niet naar hun vel kijken maar alleen naar de voorwerpen.

Hypothese

Ik verwacht dat de leerlingen met deze opdracht het meeste moeite zullen hebben. Ik denk dat iedereen toch nog erg geneigd is om naar zijn/haar vel te kijken, dat had ik zelf ook toen ik voor de eerste keer ging blindtekenen. Ik wil voorwerpen van verschillende materialen neerzetten zodat de leerlingen ook leren kijken naar de stofuitdrukking van het materiaal en dit ook in hun tekening verwerken. Ik wil gewoon kijken hoe leerlingen met deze opdracht omgaan en hoe ik dit zou kunnen gebruiken in mijn lessenserie.

Uitwerking

De leerlingen moesten een beetje lachen toen zij deze opdracht hoorden. Er werden vragen gesteld over hoe zij iets konden natekenen als zij niet mochten kijken naar wat zij tekenden. Ik vertelde de leerlingen dat zij gewoon moesten tekenen wat zij zagen en niet wat zij dachten te zien en dat het vast goed zou gaan komen. De leerlingen begonnen met de opdracht en keken soms even snel op hun blad maar werkten bijna de hele tijd rustig en geconcentreerd. Tijdens het tekenen viel het me al op dat de leerlingen nog moeite hadden met de stofuitdrukking van de materialen dus dat heb ik toen nogmaals herhaald. Toen de leerlingen klaar waren en het resultaat zagen waren zij best verbaasd. De plaatsing en de verhouding van de voorwerpen klopt vrij aardig en dat hadden zij niet verwacht. Zo heb ik de leerlingen geleerd dat je door een andere manier van denken toe te passen soms tot betere resultaten kunt komen hoewel je dat misschien niet verwacht. Met het denken vanuit je verstand hoef je niet altijd tot de beste oplossingen te komen en soms kunnen vrijere denkpatronen tot een beter resultaat leiden, dat heb ik met deze opdracht aan willen tonen en ik denk dat deze opdracht daar goed geschikt voor is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: